Na de tweede les op de schrijfcursus geeft Mounir als huiswerk: Schrijf een column van maximaal 350 woorden, over iets wat je meemaakt deze week. Maak het persoonlijk, geef je mening, een reflectie. Bij voorkeur iets van jezelf ontbloten.

Ik werk de eerste drie dagen van de week zo hard, dat het me toeschijnt dat ik helemaal niks meemaak. Of toch niets dat ik wil opmerken. Alleen dit: op een avond wanneer de zon eindelijk gezakt is en ik de lamellen kan opendoen, zie ik hoe de schijven wiegen. Onregelmatig ten opzichte van elkaar, speelt het licht met hen. Er lijkt geen patroon in te zitten, en de langzaam uitstervende beweging geeft mij zoveel rust, dat ik wel ter plekke in slaap zou kunnen vallen.

Diezelfde avond is er onverwacht een soort rave op het sportveldje achter ons huis. Zestig tot zeventig kids zwermen aan, spelen bonkende muziek, praten en lachen luid, en houden ons tot diep in de nacht wakker. Het is verdorie midden in de week! Hoe komen ze erbij? Wanneer we de politie bellen, zeggen die “dat gebeurt de hele tijd in Amsterdam, we kunnen er niets aan doen.”

Ondanks dat ik niet goed kan slapen, blijf ik er gelaten bij. Het maakt alleen wel dat van deze column niks in huis komt. Ik heb de hele dag quasi vrij genomen om eraan te werken (en tenslotte gaat het om leren schrijven, hetgeen zijn nut heeft voor mijn werk), maar er komt niets van terecht.

Hup, nog honderd woorden, dan is het vol. Ontbloten? Ja, met deze zomerdagen wel. Mijn armen en benen zijn bloot. Mijn ziel? Die trekt zich terug, gedijt niet in zulk weer. Ik kan haar niet vinden.

Ik ging hier nog iets schrijven, maar––op dit moment komt mijn stiefzoon binnen. Ik mag hem doodgraag, maar zijn zestienjarige lijf en leden zijn van zo’n ruimtevullendheid, dat eender welke inspiratie die ik hoopte te vinden nu tussen lummelende lamellen het huis uit sluipt.

 

(N.a.v. de online Masterclass schrijven die Mounir Samuel gaf bij LGBTQ+ boekenwinkel Kartonnen Dozen in juni 2020.)